Veerhuis

imagesEen rustige zondagmiddag in het Hospice. Het miezert buiten. Een regen die je nauwelijks ziet maar voelt zodra je buitenkomt.
Het loopt tegen vijven.
We zitten met zijn vieren aan de ronde keukentafel en drinken thee. De theepot op een lichtje, een schoteltje chocoladekoekjes daarnaast.

Een vrouw, haar moeder ligt op kamer drie, steunt met haar ene arm op de rand van de tafel en met haar andere op een stok. Ze heeft een opgeblazen gezicht, dat komt door de medicatie, heeft ze mij verteld.
Ze heeft haar hoofd naar de andere bezoeker gebogen.
Het is een vrouw van dezelfde leeftijd, ze is tenger, heeft grote blauwe ogen in een lang gezicht. Haar moeder ligt op kamer twee.
De vrouw met de stok praat, de andere vrouw luistert, knikt en trekt af en toe haar wenkbrauwen op.
`Ik wacht al eeuwen op een scootmobiel. Wat willen ze nou, dat ik thuis blijf zitten. Nu gaat het nog wel maar zo meteen kan ik nergens meer naar toe. Ze begrijpen niet hoe het is om zo te moeten leven, een hel is het. Niemand die rekening met me houdt.`
Ze gaat steeds sneller en harder praten, de woorden lopen voor haar uit, haar hoofd beweegt alle kanten op.
De andere vrouw buigt zich voorover en breekt met harde stem door haar woorden heen.
`Een positieve instelling brengt je verder in het leven.`
Er valt een stilte.
De vrouw kijkt haar met grote ogen aan.
`Jij weet niet hoe het is. Jij weet niet hoe het is….jij weet dat niet…..`
`Je komt met een negatieve instelling niet veel verder, dat is mijn ervaring.`
`Ik ben diegene die gediscrimineerd wordt, niet jij.`
`Omdat ik me niet laat discrimineren,`ze spreekt haar woorden tergend langzaam uit.
De vrouw met de stok staat plotseling op, even lijkt het alsof ze haar evenwicht gaat verliezen, maar kan op tijd steun vinden bij de tafel. Ze begint met haar stok te zwaaien.
`Jij discrimineert, jij gaat ook zo om met mensen zoals wij.`
Ze loopt tierend richting de gang, draait zich in de deuropening om en krijst.
`Je moet maar zo zijn als ik dan zul je wel anders denken, jij weet niet hoe het is om ziek te zijn.`
Met haar stok tikkend op de grond schuifelt ze de gang door richting de tuin.

Ik sta op en loop haar achterna.
Ze staat geleund tegen de muur en trekt verwoed aan een sigaret. Ze begint meteen tegen me te praten.
`Ik kan er toch niets aan doen dat ik ziek ben, af en toe gebeurt er iets in mijn hoofd en dan explodeer ik.`
Ik leg mijn hand op haar schouder en ze begint hartverscheurend te huilen.

Als ik terugkom in de keuken zit de andere vrouw nog aan de keukentafel.
`Hoe gaat het?` vraag ik.
`Het was niet mijn bedoeling haar zo van streek te maken.`
`Dat snap ik.`
`Ik wilde haar alleen maar vertellen waar ik zelf zoveel aan heb gehad, het is…….`
Ze begint te lachen. Het is een vreemde lach. Niet één waar je vrolijk van wordt of die je mee doet lachen.
Even plotseling als het begon stopt het.
Het is even heel stil.
`Ik ga naar huis, even mijn moeder gedag zeggen.`
Ze draait zich om en loopt de keuken uit.

Het is een week later, kom ik de keuken binnen.
Dezelfde vrouwen staan in het midden van de keuken met de armen om elkaar heen. Ik hoor een ingehouden gesnik.
Een van de moeders is overleden.

3 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *