Uneco

2015-06-30 16.57.14Als ik met mijn fiets voor het portiek stop, zie ik hem. Hij staat met zijn rug naar me toe, zijn hoofd gebogen richting de naambordjes. Het lijkt erop dat hij heeft aangebeld en wacht op een reactie.

Hij is midden dertig, lang en slank. Hij heeft een beige regenjas aan met daaronder een korenblauw colbertjasje, een strakke pantalon en glimmende puntschoenen.
`Goedemiddag.`
Hij draait mijn kant op en kijkt me met een verstoorde blik aan.

Het komt vaker voor dat het portiek bezet is. Bijvoorbeeld op een snikhete dag, als iemand bescherming zoekt tegen de zon, of schuilt voor de regen, of gewoon even als rustpunt. De meeste staan op om me door te laten.

Deze man heeft het niet begrepen. Dus wacht ik en maak een praatje met de werklui die het pand naast mij aan het renoveren zijn, ze komen net naar buiten om te schaften.
`Het valt vandaag een beetje tegen hé, met de zon?`
`Ja, maar wel lekker om te werken,` zegt de man met de hanenkam. Het is een aardige jongen met een wild uiterlijk, we hebben eerder met elkaar gesproken in de tuin.
Als de werklui plaats nemen op campingstoeltjes voor de etalageruit en hun boterham te voorschijn halen zeg ik: `eet smakelijk.` In koor zeggen ze: `dank.`

Ik kijk opnieuw naar de man die nog steeds in mijn portiek staat.
`Zijn ze niet thuis?`vraag ik.
`Nee.`
`Moet je ook bij mij zijn?`
`Waar woon jij dan?`
Ik wijs naar mijn deur.
Hij kijkt naar mijn naamplaatje en dan naar mij. Zijn blik is een stuk vriendelijker als hij zegt:
`Goedemiddag mevrouw Roeleveld.`
Zijn stem klinkt ook anders, alsof hij zich plotseling herinnert wie ik ben.
`Goedemiddag meneer Eneco,` ik had op zijn blauwe jasje een geborduurd icoontje gezien met deze naam.
`Mevrouw,` heeft u het dan niet gehoord van uw buren?`

Het woordje `dan` doet het hem, hij spreekt het met  nadruk uit. Het lijkt erop alsof mijn buren me bewust van iets hebben buitengesloten.

`Wat moet ik hebben gehoord?`
`Echt niet?`
`Meneer Uneco, ik sterf van nieuwsgierigheid.`
Ik kijk naar de jongen met de hanenkam die net een hap van zijn boterham neemt en geef hem een knipoog. Hij lacht naar me. Opnieuw kijk ik naar de man in zijn keurige regenjas en zie hoe hij zijn linker wenkbrauw optrekt.
`Ik heb al met een aantal buren rond de keukentafel gezeten om te praten.`
Ik blijf hem aankijken.
`Over hun energieverbruik.`
`O, nou met mijn energieverbruik is alles oké.`
`Hoe kunt u dat weten?`
`Ik wandel elke dag zeker een half uur en…..`
`Mevrouw Roeleveld, mij houdt u niet voor de gek.`
`Meneer Uneco, mijn buurman heeft niet eens een keukentafel, dus wie houdt wie nu voor de gek.

Ineens heb ik genoeg van het wachten.
`Ik zou er graag doorwillen, kunt u even opzij gaan.`  zeg ik terwijl ik mijn fiets optil. Als hij zich niet beweegt draai ik mijn fiets het portiek in, hij  springt opzij. Ik draai mijn voordeur van het slot en rij mijn fiets de gang in. Als ik terugloop om mijn deur dicht te doen is de man verdwenen, ik kijk de straat in en zie nog net een stukje van zijn beige regenjas om de hoek verdwijnen.
Ik kijk naar de bouwvakkers.
`Wat heb je tegen hem gezegd, hij ging er als een speer vandoor,` zegt één van hen.
`Ach, hij heeft te veel energie, die hij niet kwijt kan.’

4 comments

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *