Asociaal?

Wat verward loop ik de supermarkt de Lidl aan de Molukkenstraat uit. In mijn hoofd klinkt een stem en soms zeg ik iets hardop om deze verwarring voor te zijn. Gek is het wel dat ik twijfel, blijkbaar weet ik niet zeker of de beschuldiging die ik naar mijn hoofd kreeg terecht is. Door het in mijn hoofd te ontrafelen en de scène opnieuw af te draaien, weet ik het, ik ben niet asociaal. Misschien wat onhandig, dromerig soms waardoor ik even niet oplet en mijn medemens lijkt te vergeten maar het is geen bewuste actie. Ik ben niet asociaal daar heb ik mezelf van weten te overtuigen.

Ik wachtte in de Lidl voor de broodmachine en schoof mijn supermarktwagentje tegen de kant aan zodat mensen erdoor konden. Een man stond achter mij met het supermarktwagentje tussen ons in. Al snel kon ik mijn brood in de machine leggen. Toen ik de klep dicht deed klonk het schokkende geluid waarmee het brood tot boterhammen werd gesneden. Ik pakte een papieren zak, daarbij viel een andere zak op de grond, ik pakte ’m op en legde hem aan de zijkant uit het zicht.
Terwijl ik het brood in de zak schoof hoor ik achter mij een stem:
‘Ja, die pakken ze natuurlijk ook.’
Ik keek hem aan maar zei niets, misschien ging hij daarom wel door, hij zocht iets… om mij mee te slaan… en ja hoor.
‘Je zet je kar wel heel asociaal neer hé?’
‘Wat is er mis mee?’ vroeg ik aan hem.
‘Hij staat in de weg.’
‘Je moet je chagrijn niet op mij projecteren.’
‘Je bent asociaal,’ zei hij.
‘En jij een lul,’ zei ik.

Met mijn gedachten nog bij het voorafgaande haal ik mijn fiets van het slot en laat een vrouw voorgaan die haar fiets ertussenuit wurmt.
‘Gaat het,’ vraag ik.
‘Prima, dank,’ zegt ze en lacht vriendelijk naar me.
Ik steek mijn sleutel in het slot maar heb de verkeerde sleutel en het duurt even voordat ik de goede heb, als ik mijn fiets van het slot heb hoor ik opnieuw een stem achter mij.
‘Het gaat allemaal wel erg traag hé.’
‘Wat bedoel je?’ vraag ik aan een wat oudere man die blijkbaar al een tijd achter mij stond.
‘Het is asociaal dat je niet voor mij opzij gaat en er vervolgens eeuwen overdoet.’
‘Je hebt duidelijk haast,’ zeg ik terwijl ik mijn fiets uitparkeer en hem doorlaat.
Hij pakt zijn fiets en fietst haastig weg.

Ineens weet ik het zeker, ik ben niet asociaal. Ik kom toevallig op één dag twee mannen tegen die hun dag niet hebben en dit afreageren op mij. Mooi, want hierdoor twijfel ik geen moment meer aan mezelf. En trouwens, wel of niet asociaal, af en toe mag je best asociaal zijn bij mannen die hun dag niet hebben.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *