Rialto

Het is rustig als ik Rialto binnenloop, een bioscoop gevestigd in de Pijp. Verdeeld over de ruimte staan tafeltjes, de hele zijkant bestaat uit een bank.
Sinds ik een Cineville-pas heb kom ik in verschillende bioscopen en heb ik zo mijn lievelingsplekjes waar ik mijn cappuccino drink voordat ik naar de film ga. Hier is het de bank, ik heb een goed overzicht en het zit wat steviger en zachter dan de stoelen. In Studio-K, een bioscoop in oost, is het de gifgroene bank in het midden van het café.
Ik loop met mijn cappuccino naar de bank waar een vrouw de krant leest, ze is van mijn leeftijd. Ik groet haar maar ze reageert niet.

Het verbaasd mij als mensen niet reageren op mijn groet. Het is een gewoonte van mij om mensen te groeten, bijvoorbeeld op straat als ik ze passeer, of aansluit in de rij bij de supermarkt, of zoals nu, dat ik naast iemand plaats neem. Soms voel ik een woede in mij opborrelen als ik hierin genegeerd word maar weet ook dat het niet persoonlijk bedoeld is.

Als ik de andere helft van de Volkskrant pak die op tafel ligt heb ik wel contact, ze kijkt me aan, haar mond beweegt, het lijkt alsof ze mij alsnog wil groeten maar ze roept naar de vrouw achter de bar:
‘Hou je de broodjes wél in de gaten?’
De klemtoon op het woordje ‘wel’, getuigd van enig wantrouwen.
De vrouw is bezig met een klant en antwoord niet direct.
‘Ze mogen niet aanbranden,’ roept ze.
Als de vrouw klaar is komt ze vanachter de bar naar haar toegelopen.
‘Het komt wel goed met de broodjes,’ zegt ze, ze heeft iets geruststellends in haar stem.
‘Ik zeg alleen dat je ze in de gaten moet houden.’
Het lijkt alsof ze een kind terecht wijst die op het punt staat een verkeerde afslag te nemen.
‘Ik zou de broodjes doen, weet je nog?’
‘Oké, jij doet de broodjes,’ zegt ze op een lijzig toontje terwijl ze haar hoofd schudt.
Even is het stil.
‘Ga jij zo eten dan ga ik daarna,’ zegt de vrouw terwijl ze  terugloopt naar de bar.

Ik kan me niet concentreren op het lezen van de krant en leg hem naast me, misschien lukt het me later. Haar stem klinkt opnieuw door de ruimte: ‘Heb jij de NRC gezien,’ ondertussen staat ze op pakt het stuk krant naast me van de bank en legt hem bij de andere kranten op tafel. Ze kijkt me niet aan, haar houding verraad ergernis.
‘Nee,’ zegt de vrouw achter de bar.
‘Waar kan die nou zijn, ligt die niet op de bar?
‘Nee, is nee,’ zegt de vrouw.
‘Gek hoor.’

Niet veel later zit ze schuin tegenover mij, voor haar staat een kom. Ze begint te eten, de lepel tegen de kom maakt een schrapend geluid, het geluid komt harder binnen door mijn oplopende irritatie. Ik zie in slow-motion de lepel met yoghurt in haar mond verdwijnen. Het geluid lijkt zich met de minuut te versterken, de druk in mijn hoofd neemt toe. Ik sta resoluut op voordat ik ontplof, pak de krant met een wild gebaar van de tafel en loop naar de uitgang. In de verte hoor ik haar iets roepen.

Als ik buiten sta komt de zon vanachter de wolken tevoorschijn. Ik voel me welkom. Een man zit aan één van de tafels de NRC te lezen, hij groet, ik knik en lach naar hem.
De tram rijdt rinkelend weg van de halte, een auto toetert, de fietsers zoeven voorbij. Het zijn de geluiden waar ik me anders aan zou storen maar ik heb mijn grens al bereikt. Ik ga zitten op een wankel stoeltje en verheug me op de film ‘The Blue Trail’ .  Het gaat over een vrouw van in de zeventig die zich bevrijdt uit haar beklemmende leven en op avontuur gaat.
Daar heb ik nu echt zin in.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *