Het is rustig in de bibliotheek op het Javaplein. Ik loop langs de balie de hoek om naar de kinderboekenafdeling, met Loutje, mijn kleinzoon, aan de hand. Ik word vriendelijk begroet door de bibliothecaresse achter de balie en door een vrouw die even verderop achter een pc zit te werken. Een jong stel zit op de rode bank, de man heeft een iPad voor zich en de vrouw geeft hem aanwijzingen, ze lacht naar me. Loutje en ik zinken neer op een bank en ik krijg al snel een boekje in mijn handen gedrukt, voorleestijd.
Voordat we naar de bibliotheek liepen gingen we langs het Kruitvat in de Molukkenstraat om iets tegen de hoest te kopen.
‘Prettige kerstdagen,’ zei ik tegen de kassière na het afrekenen. Het is over een week pas kerst dus zeg ik:
‘O, dat is het natuurlijk nog niet.’
‘Geeft niet hoor, erg vriendelijk van u, u ook fijne dagen.’
Toen ik tegelijkertijd met een andere vrouw bij de uitgang kwam liet ze mij en Loutje voorgaan, toen ik haar bedankte zei ze: ‘Graag gedaan.’
Een man stopte voor ons als we het fietspad willen oversteken en lachte vriendelijk. Ik zei in mijn enthousiasme:
‘Alvast een gelukkig nieuwjaar.’
‘Precies wat ik nu nodig heb,’ zei hij en fietste verder.
Al die vriendelijke mensen die vandaag mijn pad kruisen, het geeft kleur aan mijn dag.
Ik begin met voorlezen, een kriebel nestelt zich in mijn keel en ik begin te hoesten, een hoest die niet zomaar te stoppen is met een hoesttablet. Help ik stik. Ik sta op en loop naar achteren. Een medewerkster van de bibliotheek komt naar me toelopen met een beker water.
‘Wat lief, dank.’
Ze knikt en loopt terug naar de balie.
Als ik weer op de bank zit komt de vrouw van achter de pc naar me toe.
‘Mag ik je een advies geven?’ vraagt ze.
‘Natuurlijk,’ zeg ik met een schorre stem.
‘Als je een hoestbui krijgt is het belangrijk dat je door je neus blijft doorademen en je te richten op de plek in je keel waar de hoest vandaan komt, vooral niet via je mond ademhalen en rustig blijven dan zal je zien dat het snel voorbij gaat.’
‘Dank je wel voor deze goede raad,’ zeg ik.
De jonge vrouw op de bank knikt bevestigend naar me. Wat is iedereen lief voor mij, ik leg mijn hand op mijn hart.
Ik stroom over van een warm gevoel voor mijn medemens. Voor even, want al snel neemt mijn hoofd het over, zoekend naar een verklaring. Het zal wel te maken hebben met de dagen voor de kerst, of ik straal iets uit, een vrolijkheid die ik als oma om me heen heb hangen, of mijn Venus staat gunstig, vast iets met Jupiter. Mijn denken neemt mijn gevoel over.
Mijn hoestbui is Loutje ontgaan. Hij heeft een raceautootje in elkaar gezet dat in een verrassingsei verborgen zat, met de beschrijving ernaast lukte het hem zonder mijn hulp.
‘Kijk oma.’
Ik knuffel hem.
‘Oma, ik vind je lief,’ zegt hij.‘Loutje ik vind jou lief ,’ zeg ik.
Nooit zoek ik een verklaring voor zijn liefde voor mij en ik heb geen moeite mijn liefde te uiten naar hem.
Zo simpel kan het dus, het er gewoon laten zijn.
Lieve Hennie, wat je uitstraalt ontvang je terug. Ook bij jou is het glas altijd half vol
Wat een mooi liefdevol verhaal. Mooi om te lezen, ook om te herinneren dat vriendelijkheid en liefde er gewoon is 💗
Marion