Het geloof heb ik van huis uit meegekregen, met name mijn moeder was een gelovig mens, ze wist dat ze na
haar dood naar het licht ging. Aan de muur van haar kamer in het ziekenhuis hing een bordje met de tekst: ‘Bij U schuil ik’ wat meeverhuisde toen ze naar huis ging om te sterven. Mijn moeder was niet bang voor de dood en is vredig gegaan, op acht maart, Internationale vrouwendag, een dag om nooit te vergeten.
Als kind prevelde ik elke avond voor het slapen gaan mijn gebedje:
Ik ga slapen, ik ben moe, doe mijn beide oogjes toe. Heere houd ook deze nacht over mij getrouw de wacht, Amen. Ook ging ik zonder morren mee naar de kerk.
In mijn puberteit veranderde dit. Mijn vader stond elke zondag voor een dichte deur te schreeuwen dat ik mee moest naar de kerk. Geloof werd een ‘moeten’, iets waar ik niet zelf voor kon kiezen.
In 1998 kocht ik een boek van Krishnarmurti, een Indiase spreker en schrijver. De titel: ‘De wereld Dat ben jij’ vond ik mooi en ik nam het boek mee de wereld in, op mijn reis door Thailand. Ik las: de waarheid kan alleen gevonden worden door het zelf te ontdekken. Mijn zoektocht begon.
Toen ik in hospice ‘het Veerhuis’ ging werken en te maken kreeg met mensen in de laatste fase van hun leven las ik boeken over het sterven en de dood. Ik kwam in aanraking met het Tibetaanse Boeddhisme en las ‘Het Tibetaanse boek van leven en sterven’ van Sogyal Rinpoche een leerling van de Dalai Lama. Ik sloot mij aan bij een Boeddhistisch Centrum Rigpa in de Van Ostadestraat in de Pijp en liet mij een periode meevoeren met deze stroom. Het had iets moois de ‘liefdevolle vriendelijkheid’ te beoefenen, mantra’s te zingen en in een groep te mediteren.
Toen Sogyal Rinpoche naar Nederland kwam en ik de opwinding bij mijn medecursisten zag, dat het schoonmaken van het huis aan het Sarphatipark, waar hij verbleef, als voorrecht werd gezien, haakte ik af. Ik weigerde hier aan mee te doen, ik was weer die puber van toen. Ik maakte het jaar af en vertrok.
Het Sjamanisme kwam op mijn pad toen ik een relatie kreeg met een man die de natuur als zijn inspiratiebron zag. Ik volgde een cursus Sjamanisme, maakte (trance)reizen naar een andere bewustzijnsgebieden, leerde over de vier elementen, de zeven windrichtingen, de zeven bewustzijnssferen en de negen chakra’s. Het is een levensvisie die mij aanspraak, geen God of Goeroe maar de natuur als inspiratiebron.
De inzichten uit verschillende stromingen- ook Astrologie, en Taoïsme en een klein beetje God- nam ik met me mee. Uiteindelijk kwam ik terug bij waar ik ooit begon. Ik lees opnieuw de teksten van Krishnarmurti en kom samen in een dialooggroep om hierover te filosoferen. De geheimen van alle kennis en de kennis van alle geheimen zitten in jezelf. Ik heb nu voldoende grond om zijn woorden een bodem te geven en het zelf te ontdekken.
Die puber van toen draag ik nog in me mee, niet afhankelijk willen zijn van iets of iemand, dat geeft me de vrijheid die ik nodig heb om bij mezelf uit te komen en te blijven. Ooit maakte ik met mijn handen voor de borst een buiging voor Sogyal Rinpoche en de Dalai Lama en prevelde de tekst; Namasté ’ wat “ik buig voor jou “ betekent.
Nu buig ik voor mezelf, met respect en dankbaarheid kijk ik naar wat het leven mij heeft gegeven en nog geeft.
Want ik ben nog lang niet uitgezocht.
Een mooie lange zoektocht, zo goed samengevat. Prachtig verhaal!