Accordeon

Ik ga de nieuwe uitdaging aan, jaren lag het te wachten tot de tijd rijp was om opgepakt te worden en tot bloei te komen. Het heeft alles te maken met de sterfdag van Hans een vriend, alweer achttien jaar geleden. Rond deze tijd denk ik altijd aan hem en aan de muziek die we uitwisselden. Twee jaar voor zijn dood ging hij accordeon spelen en deelde met mij zijn enthousiasme over het instrument.

Het kost me geen moeite om iets waar ik redelijk goed in ben op te geven. Het past gewoonweg niet meer in mijn leven. Ik speel niet meer zoals ik speelde mede omdat ik niet meer samen met andere muzikanten speel. De tijd, dat ik laat in de nacht, wiebelend op mijn fiets, met de saxofoonkoffer op mijn rug richting huis fietste ligt achter me.
Soms heb ik het nodig iets op te geven waar ik aan gehecht ben om plaats te maken voor iets nieuws. Een onbekend terrein te betreden, een uitdaging aan te gaan. Ik ben er klaar voor om mijn hersenen te laten kraken, andere klanken, grepen en toetsen te onderzoeken.
Het afscheid valt me niet eens zwaar, ik leg mijn tenorsaxofoon terug in zijn koffer dek hem toe en sluit de deksel en zet hem bij zijn voorganger de altsaxofoon, mijn eerste liefde.

Ik ga opzoek naar een leraar en fiets een week later richting het Muiderpoortstation, onder het station ligt een muziekschooltje. Zijn naam is Gerard, het is een man van middelbare leeftijd. Ik betreed de oefenruimte, boven mij raast een trein voorbij, de ruimte lijkt te beven. Er staat een muziekstandaard met daarop bladmuziek, een stoel ervoor en een accordeon ernaast. Ik ga op de stoel zitten.
‘Waarom stap je over op de accordeon, het is niet zo’n gewild instrument?’ vraagt Gerard, zijn stem kraakt een beetje.
‘De accordeon heeft een vrolijk geluid en je kunt er alle muziekstijlen op spelen. Wat vind jij dan?’ vraag ik.
‘De meeste mensen vinden het een oubollig instrument.’
Ik reageer niet op zijn opmerking en zeg:
‘Ik wil het liefst uit mijn hoofd spelen, ik bedoel…’
‘…dat kan niet,’ onderbreekt hij mij.
‘…uit mijn hoofd en op mijn gehoor,’ maak ik mijn zin af.
‘Kun je geen noten lezen?’
‘Jawel, maar…’
‘Ik geef alleen les vanaf bladmuziek.’ Na een korte pauze zegt hij: ‘Zing even wat hier staat.’ hij wijst naar de muziek op de standaard.
‘Ik kan niet zingen van bladmuziek.’
‘Je hebt jaren saxofoon gespeeld?’
Er klinkt verbazing door in zijn stem en in zijn voorhoofd verschijnt een rimpel.
‘Dat is geen zingen,’ zeg ik.
‘Vreemd, hoe kreeg je dan les?’
‘Direct van bladmuziek, geen gezang vooraf,’ giechel ik mijn ongemak weg.
‘Maar je moet de muziek eerst kunnen zingen voordat je het kunt spelen.’
Mijn hart begint sneller te kloppen en ik voel hoe het bloed zich naar boven pompt.
De seconden tikken weg, dan zegt hij:
‘Nou dan moet ik iets anders verzinnen.’

Even later rust de accordeon op mijn schoot en zet ik de vingers op de toetsen en speel de C tot de G terwijl ik de balg in en uittrek. Ik vind het goed gaan, er komen in ieder geval iets van tonen uit het instrument.
‘Nee, zo moet het niet,’ hoor ik hem zeggen.
‘Je vingers moeten op de toetsen blijven rusten.’ Ik kijk naar mijn vingers, mijn pink zweeft boven de G en ook mijn andere vingers rusten niet op de toetsen.
Ik doe mijn best en speel verder.
‘Let op je vingers,’ zegt hij, hij verheft zijn stem.

Ik word teruggeworpen in de tijd en hoor mijn zwemleraar die naar me schreeuwt dat ik niet snel genoeg zwem. Ga door, doorgaan blèrde hij. Deze man heeft dezelfde toon in zijn stem, ik ben weer dat meisje van tien jaar. Mijn maag trekt in een kramp, de druk in mijn hoofd zwelt aan, ik knal zowat uit elkaar. Ik moet er nu iets van zeggen.

Ik laat de riempjes langzaam van mijn schouders glijden, zet de accordeon op de grond en kijk hem aan.
‘Het gaat niet lukken tussen ons,’ zeg ik.
Ik zie de verbazing op zijn gezicht.
‘Ik heb hele goede referenties,’ zegt hij.
‘Jammer maar die krijg je niet van mij,’ zeg ik, ik sta op en verlaat de ruimte.
Even later loop ik opgelucht over het plein naar mijn fiets, ik maak zelfs een vreugdesprongetje, ik ben zo blij dat ik op tijd ben gestopt en niet net als vroeger ben doorgaan om uiteindelijk toch weg te gaan.

Het is een maand later en ik speel al vier liedjes op mijn accordeon: ‘Caja’, ‘Cissie’, ‘Clair’ en de ‘Moeder van Jacob’. Ik heb mijn leraar op YouTube gevonden. Hij heet Gerard Gerritsen en wijst mij met zijn filmpjes stap voor stap de weg in de wereld van de accordeon. Mijn vingers leiden nog steeds een eigen leven als ik speel maar het maakt mij niet uit er is niemand die het ziet.
Natuurlijk kijkt Hans met me mee. Hij luistert zonder oordeel of commentaar. Hij is trots op me en enthousiast dat ik over ben gestapt op zijn geliefde instrument.
Ja lieve Hans, ik ook.

2 reacties

  • Lilian

    Wat goed dat je al bij de eerste keer bent weggegaan bij een leraar die jou niet snapt. En wat fijn dat je een (youtube) leraar hebt gevonden die wèl aansluit bij jou. Ik heb zijn website opgesnord en dat klinkt goed: aansluiten bij de motivatie van de leerling en het gaat om het plezier van het spelen. Zet ‘m op Hannah en geniet!

  • Christa

    Ja heel goed dat je meteen bent opgestapt! Muziek is plezier maken! En dat hebben we gehad in het verleden met onze saxofoons. Mooi verhaal.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *