De laatste wandeling

2014-04-01 13.18.24Het is een vroege zaterdagmorgen. De dag begint met sluierbewolking maar in de loop van de ochtend zou de zon gaan schijnen. Aan de linkerzijde van de Amstelveenseweg kom ik met mijn hond Rickie, het park binnen. Al snel splitst het pad zich in tweeën en worden het twee afzonderlijke paden. Verzonken in de aarde liggen afremrichels, deze moeten voorkomen dat fietsers met een rot vaart het park binnenrijden. De meeste fietsers stappen niet af en komen staande op de pedalen het park binnen hobbelen. Sommige blijven zitten en bonken met hun achterwerk op en neer, het moet als een kermisattractie voelen.
De tocht naar boven kost meer moeite. Als je niet genoeg vaart maakt remmen de richels je af en moet je afstappen. Vooral de zwaar beladen fietsen halen het einde niet.

Rickie trekt me het park binnen. Ondanks zijn bejaarde leeftijd heeft hij elke morgen zin in zijn wandeling. Bij de terugweg zijn de rollen omgedraaid en sjokt hij achter mij aan, zijn ene poot traag voor de andere zettend, zijn tong hangt slap uit zijn bek. Thuis zal hij uren nodig hebben om weer bij te komen van deze onderneming.

Het Vondelpark komt tot leven door de joggers, die hun wekelijkse zaterdagochtendrondje lopen en honden die worden uitgelaten. Op de bank bij de vijver zitten elke dag hetzelfde groepje mannen, ze zijn vergroeid met het park. Naast hen de rode Dirk van de Broektassen, in hun hand een rood, wit blikje bier van het huismerk van Dirk, Best Bier.
Hun stemmen klinken over het water.
Een hond rent met een rotvaart op de eenden af die op het gras voor de vijver een zonnebad nemen, hun brede snavel duwend tussen hun vacht. Ze stuffen uit elkaar en strijken neer in het water, een V-vormig spoor achterlatend. De hond blijft blaffend aan de kant staan tot zijn baas hem roept.

We naderen het bruggetje, ik hoor een gegons van stemmen mijn kant opkomen. Even later zie ik dat de mosgroene brug bezet is met dikke buiken. Zwangere vrouwen staan met hun buik richting de leuning. Reepjes roze elastiek zijn door de gietijzeren krullen gestoken. Ik blijf staan, nieuwsgierig naar wat er gaat gebeuren. Een vrouw, zonder dikke buik, staat in het midden en geeft instructies. De vrouwen laten zich achterover vallen en hangen aan het dunne reepje roze elastiek.
`Dikke buiken krijgen kindjes hé mam?`
Een vrouw met de fiets aan de hand en een kind achterop is naast me komen staan. Het jongetje gaat op de steunen van de fiets staan en kijkt langs zijn moeder naar de zwangere vrouwen.
Zijn mond valt iets open.
`Verdomme, heb ik weer,`hoor ik de vrouw zeggen.
Het jongetje laat zich met een plof in het stoeltje terugvallen, het voorwiel van de fiets wipt omhoog.
`Lodewijk, zit stil.`
Opnieuw laten de vrouwen zich naar achteren vallen, het roze elastiek veert mee. De buiken strak gespannen rond het T-shirt, de een wat dikker dan de ander.
De vrouw zet het voorwiel op de brug en raakt licht de kuit van de vrouw.
Ze draait zich om.
`Dames even aan de kant, ik geloof dat er iemand door wil.`
Alle vrouwen doen een stap naar voren richting de leuning en draaien zich om, ze vormen een haag. De vrouw met de fiets loopt er met grote passen doorheen, haar gezicht strak in de plooi. Het jongetje heeft een brede lach rond zijn mond en tilt zijn hand op.
De vrouwen zeggen hem in koor gedag.
Als ik de brug over ben zie ik hoe ze in een snel tempo het wandelpad afrijdt en om de hoek verdwijnt.

Vanuit de kinderspeelplaats duikt een man op, hij gaat in het midden van het pad staan en houdt een fototoestel in de lucht. Een jongetje hangt over de netten en zwaait naar de camera.
`Voorzichtig,` waarschuwt de man.
Het jongetje buigt zich verder voorover, zijn gezicht loopt rood aan. De vader laat het toestel los, ook zijn gezicht is rood. De lens van zijn toestel bengelt voor een beginnend buikje. Onder zijn kaki broek komen zijn benen met gespierde ballonkuiten, zijn blote voeten zijn gestoken in bruinleren sandalen.
`Ik maak geen foto van je als je niet normaal doet.`
`Ik doe normaal,` jengelt het kind.
Ik probeer de man te passeren, maar hij springt heen en weer op het pad.
`Uitkijken,` gilt het kind.
De man kijkt achterom en doet een stap opzij.
`Sorry, mevrouw,` mompelt hij.

Dit was onze laatste wandeling in het Vondelpark. Nadat Rickie twee keer door zijn poten is gezakt, moesten we onze wandeling beperken tot de strook groen achter mijn huis.
Hij heeft dit nog twee maanden volgehouden.
Nu is hij dood.
Hij is veertien jaar, tien maanden en drie dagen geworden.

Op het graf in de tuin hebben drie dagen en nachten waxinelichtjes gebrand. Het regende en waaide maar ze wilden maar niet uitgaan.