Tjonge jongen

2015-06-04 12.54.37Bij de manege in het Amsterdamse bos ligt in alle stilte een terras aan het water. Ik drink mijn koffie en geniet van de rust en zon die mijn rug verwarmt. Een fluisterboot vaart voorbij, een jongetje zwaait, ik steek mijn hand op.

Een vrouw komt het terras op lopen, ze heeft een kleurig rokje aan met daaronder een groene maillot, blonde haren die voor de helft opgestoken zijn. Een jongen van een jaar of tien verschijnt op het toneel, gestoken in een half korte broek, zo eentje die net onder de knie valt, en een rood T-shirt. Hij is iets te zwaar voor zijn leeftijd. Zodra de vrouw zit ploft hij neer op haar schoot. De stoel kraakt. Ze slaat haar armen om hem heen en legt haar hoofd op zijn rug. Het beeld valt stil.

Plotseling springt de jongen op en loopt naar het stukje bos achter het terras. Ondertussen spuwt hij een witte klodder speeksel op de grijze tegels. De vrouw kijkt ernaar, sluit haar ogen en zucht. Als de jongen weer terugkomt spuwt hij opnieuw, nu in de struik. Het speeksel op het groene blad glijdt traag naar beneden.

Er rinkelt een eenvoudige ringtone, de hand van de vrouw duikt in haar tas. Het jongetje loopt richting de waterkant en schopt tegen een struik, de bloemetjes vallen eraf, opnieuw een schop, de tegels liggen vol bloesem. De vrouw praat zachtjes in haar telefoon.

Als ze de verbinding heeft verbroken vraagt het jongetje om een boterham. Het is een paar seconden stil, ik hoor de wind door de bladeren ruisen. De jengelende stem van het jongetje breekt daar doorheen.
`Heb je geen boterham met pindakaas, ik wil pindakaas.`
De moeder reageert niet.

Net als ik wil op stappen komt er een rode kater het terras opgelopen. Hij komt met zachte poezenpootjes langzaam mijn kant op.

Ik breng mijn hand naar beneden, klaar voor een aaimoment. De jongen is me voor, zacht en heel voorzichtig aait hij de kat, eerst over zijn kopje daarna beroerd hij het lijfje. Hij kijkt naar me, twee blauwe ogen stralen me tegemoet, ik zie sterretjes glinsteren.
`Wat zijn ze lief hé?`
`Ze zijn het allerliefste,` zegt hij zachtjes.
Ondertussen is de kat op zijn rug gaan liggen, we horen hem spinnen.
`Wat ben jij een lieverdje,` zegt de jongen tegen de kat.
Ik kan het niet laten, even aai ik de jongen over zijn blonde haren.