Gezellig

2015-07-28 13.53.09Het is kwart voor zes als ik huize Lydia aan het Roelof Hartplein binnenstap. De ontmoetingsruimte is groot en licht met veel ramen. Langs de kant nissen, bruinleren bankjes met formica tafeltjes, het ziet er gekunsteld uit. In één van de nissen zitten een man en vrouw te praten, hun hoofden zijn naar elkaar toegebogen. De meeste stoelen  aan de gedekte tafels zijn bezet, ze zijn als een hoefijzer in de ruimte geplaatst en gedekt met witte lakens met daarop het bestek met een rechtopstaand servet, gevouwen als een harmonica.

Zes uur begint het diner, Surinaams eten. Langzaam druppelen de mensen binnen, waaronder een ouder echtpaar. Met een slakkengangetje komen ze mijn kant op geschuifeld. De man loopt zo voorovergebogen dat het lijkt alsof hij elk moment naar voren kan tuimelen, hij ploft neer op de stoel naast mij, zijn gebogen rug hangt half over de tafel.

Een Surinaamse mevrouw komt de ruimte binnenlopen. Ze blijft in het midden staan en kijkt de kring rond. De vrouw uit de nis komt op haar toegesneld.
`Mevrouw, wij zitten daar.`
Ze wijst naar de man in de nis, hij heft zijn hand wat aarzelend op en lacht.
`Dat is niet de bedoeling, mevrouw.`
`We hebben elkaar zolang…`
`Het is de bedoeling dat we gezamenlijk eten, dus doen we dit ook, dan gaan we ons niet afscheiden,` onderbreekt de vrouw haar.
Bedremmeld druipt de vrouw af en ze nemen even later plaats aan de grote tafel.
`Welkom bij huize Lydia, fijn dat jullie gekomen zijn. We zullen beginnen met kippensoep, daarna Surinaamse nasi met Javaanse kip, ketjap en kousenband. Ik wens jullie alvast een eet smakelijk.`

Even later komt een vrouw met een dienblad de kring binnenlopen en deelt soepkommen uit.
`Even wachten, de kip komt zo,` zegt ze.
Na vijf minuten komt ze terug en deelt aan de andere kant van de tafel de kip uit.
De oudere man naast mij begint onrustig op zijn stoel te draaien.
`Dat kan toch niet.`
`Rustig, Klaas,` hoor ik de vrouw naast hem fluisteren.
Als de vrouw met het dienblad voor de derde keer binnenkomt, weer op een andere plek de soep uitdeelt springt de man op, zijn stoel klettert naar achteren. Steunend op zijn stok loopt hij naar de bar.
`Dit kan niet, hier moet beter leiding aan gegeven worden.`
`Het komt goed meneer, u moet even geduld hebben.`
`Weet u,` zeg ik als hij weer terug op zijn plaats zit.
Ik leg mijn hand op zijn onderarm en buig mijn hoofd naar hem toe.
`Ze willen vast dat we gezamenlijk beginnen met eten.`
`Niets, mee te maken mevrouw. Ik wil geen koude soep, daar betaal ik niet voor.`

Het hoofdgerecht verloopt een stuk vlotter omdat alles op één bord ligt.
Ik ben de laatste in de rij en krijg het kleinste portie. Ik kijk jaloers naar de rijk gevulde borden om me heen. Ik houd mijn mond, het is wel genoeg geweest voor vandaag.

Een jaar later is het gezamenlijke eten afgeschaft. Gezellig samen eten dat zat er niet meer in.

Heimwee

2014-03-01 11.33.24Als ik de Lidl binnenstap aan de Zijtak in Nieuw-Amsterdam in Drenthe lijkt het even alsof ik terug ben in mijn eigen Lidl op het August Allebéplein in Amsterdam. Ook de stem die regelmatig over de intercom te horen is klinkt hetzelfde: `Beste klant, kassa twee gaat voor u open, dit is een pinkassa, u kunt uw boodschappen alvast op de band zetten.`Ik waan me even terug in Amsterdam maar al snel wordt ik uit de droom geholpen door het dialect wat ik om me heen hoor, het Noordelijke accent heeft iets hoekigs vergeleken met het Limburgse, wat zacht en rond klinkt.

Ik sluit me aan bij kassa twee. Een vrouw draait zich mijn kant op, ze heeft een levendige uitstraling en lacht me toe met haar ogen.
`Dit is een pinkassa.`
`Dank u, ik weet het.`
`Ik dacht, ik zeg het maar, zo meteen heb je alles op de band gezet en moet je de boodschappen er weer afhalen.`
`Ach, dat overleef ik wel hoor.`
Ze doet haar mond open om te reageren als de jongen achter de kassa zegt:
`Dat is dan achttien euro dertig.
`Dat is goed.`
`Je kunt ook zeggen: `Nee, daar doe ik het niet voor,` grap ik tegen de vrouw.
`Dat zou mooi zijn,` schatert ze, terwijl ze haar pas in de automaat steekt.
Even later haalt ze de pas er weer uit en geeft hem aan de jongen achter de kassa.
`Wrijf jij hem maar even op, ik ben statisch.`
De jongen pakt de pas, blaast ertegenaan en geeft hem terug.
Ze steekt hem opnieuw in de automaat en als hij het doet zegt ze met iets te harde stem:
`Hij doet het, jij kunt goed wrijven zeg.`
Mensen kijken verbaasd onze kant op.
`Ik heb er alleen tegen aangeblazen,` zegt de jongen.
`Maar hij doet het wel, want er staat geslaagd, ik ben geslaagd, wat krijg ik nu?`
`Een diploma en wilt u ook het bonnetje mee?`
`Ja graag, niet voor mezelf hoor maar voor mijn man, hij vertrouwt me niet.
Ze kijkt me met een tinteling in haar ogen aan en geeft me een knipoog, terwijl ze de bon met zorg in haar beurs opbergt.
Ik ben aan de beurt, met mijn gedachte nog bij het gesprek doe ik mijn boodschappen in mijn tas. Als ik mijn pincode heb ingetoetst hoor ik de jongen zeggen: `Wilt u ook een diploma?`
`Hé, een diploma?`
`U bent ook geslaagd.`
Ik lach naar hem.

Op de terugweg richting de boerderij zit de wind me in de weg, ik kom nauwelijks vooruit.
De boerderij ligt vier kilometer buiten Nieuw-Amsterdam in het dorpje Holsloot. Ik fiets over de spoorwegovergang en sla rechts af, rij langs de spoorbaan over een drassige weg langs verlaten boerderijen. Het bos in de verte lonkt, deze zal me beschermen tegen het geweld wat om me heen raast.

Terug op de boerderij op de Schimmelarij met een kopje thee, zittend op de bank met de kat op de schoot, wordt ik overspoeld door iets wat op heimwee lijkt. Even ben ik dat kleine meisje wat voor het eerst uit logeren ging in Scheveningen en wat niets liever wilde dan thuis zijn. Zo onverwacht, zonder aanleiding verlang ik naar mijn eigen Amsterdam.

Kater Lumpele

Het begon allemaal op een zonnige middag in mei. Lumpele, was een eind gaan lopen, hij was behendig over verschillende schuttingen geklommen en door tuinen en park gelopen.
Te ver van huis was hij hongerig en dorstig het huis van mevrouw Bern binnengelopen, een oudere dame die aan de rand van het dorp woont. Ze gaf hem een warm onthaal. Diezelfde middag had ze nog, net voor sluitingstijd, kippenlevertjes gekocht.

Mevrouw Bern, is een vrouw van rond de zeventig. Eén jaar geleden is haar poes Moesje overleden, zij was twintig jaar geworden. Deze lieve kater zou het gemis opvullen. Hij had haar niet voor niets uitgekozen, zo zijn katten, wist mevrouw Bern. Ze noemde hem spontaan Snoesje omdat deze naam op Moesje lijkt en hij direct op haar schoot sprong.

Een week later zag ze de oproep hangen in het midden van het bord bij de plaatselijke supermarkt. Ze keek recht in de kattenogen van haar Snoesje, alleen had hij een andere naam, Lumpele. Ze had het telefoonnummer opgeschreven en gebeld.
`Lumpele heet nu Snoesje en woont voortaan bij mij,` had ze gezegd en direct opgehangen.

Mevrouw en Meneer Hoff wilde hun kater Lumpele terug maar mevrouw Bern hield voet bij stuk, Snoesje wilde bij haar zijn. Meneer Hoff schakelde de rechter in.
De rechter wist dat als het dieren betrof het altijd moeilijk beslissen was en in dit geval konden beide partijen niet aantonen dat de kater bij hun hoorde.
`Maar wat wil de kater, bij wie voelt hij zich het fijnst,` had de rechter zich afgevraagd
`Katten mogen toch wel zelf kiezen?` had mevrouw Bern gezegd.
Dat bracht de rechter op een idee.

Lumpele mocht bij hoge uitzondering zelf kiezen. Hij zou op het parkeerterrein van de rechtbank losgelaten worden in het bijzijn van mevrouw Bern en meneer en mevrouw Hoff.
De kooi, met Lumpele erin, werd in het midden gezet. Er werd door de rechter optoegezien dat geen van de partijen lokgeluiden maakte.
De rechter deed de kooi open.

Iedereen stond gespannen te wachten. Meneer Hoff had zijn arm om mevrouw Hoff geslagen. Mevrouw Bern was op haar rollator gaan zitten, ze kon niet te lang staan en wie weet hoelang Snoesje erover zou doen om naar haar toe te komen. Want dat hij naar haar toe zou komen wist ze zeker.
Het duurde een tijd voordat het kopje van Lumpele te voorschijn kwam. Heel voorzichtig kwam hij de kooi uit en keek eerst naar links daarna naar rechts. Mevrouw Bern, kneep zichzelf hard in de onderarm. Meneer Hoff drukte zijn vrouw stevig tegen zich aan. Het duurde te lang.
Toen, niemand het meer verwachtte, rende Lumpele naar de rand van het parkeerterrein en schoot onder een geparkeerde auto.
Ze hebben nog een tijd gewacht maar hij kwam niet meer te voorschijn. Toen ze hem wilde pakken was hij verdwenen.

Niemand heeft Lumpele ooit nog teruggezien.