Rechtspraak

Het is drie uur in de middag, de rechtszaak gaat beginnen. Vier mensen van de gedaagde partij lopen voor ons uit de rechtszaal in en nemen plaats aan de rechterkant. De eisende partij zit aan de ander kant van het pad. De afstand tussen de partijen is niet te overbruggen, de kloof te diep. Er is te veel gebeurd, teveel gezwegen en niet begrepen. Ze zitten ieder op een eiland met `hun waarheid`. Van toegeven is geen sprake.

Toegeven. Ik heb regelmatig de kracht van dit woord ervaren als ik het tot leven bracht. Ik denk terug aan die momenten van een hardnekkig vasthouden aan mijn mening, een gevecht om mijn gelijk te krijgen.
Om uiteindelijk de verlossende woorden uit te spreken:
`Je hebt gelijk.`
Hoe de spanning uit mijn lichaam verdween en er een opening ontstond om het gesprek opnieuw aan te gaan, zonder strijd.
En dan die verrassende reactie van de ander:
`Ach, jij ook wel hoor!`

De stilte valt. Deze draagt een gespannen wachten in zich mee. Een vrouwelijke rechter knikt ons vriendelijke goedendag, checkt de gegevens en stelt persoonlijke vragen:
`Wat zit u het meest dwars?`
Er wordt onrustig op stoelen heen en weer geschoven, hier en daar een kuchje, kelen worden geschraapt.
`Dat zij na zesentwintig jaar hier mee komt, waarom niet toen hij nog leefde,`zegt de gedaagde partij.

Deze vrouwen hebben dezelfde man gedeeld en een huisje in België waar ze samen met hem zijn geweest. Ze delen samen de diepe wens nu eindelijk rust te vinden. Ze spreken dit allebei uit als de rechter er naar vraagt. Deze middag moet er een einde komen aan deze zaak die al te lang duurt.

Waar is het begonnen? Bij een man en een vrouw die een chalet kochten in een klein dorpje in België. Een verhaal dat niet eindigt bij een gebroken huwelijk, niet bij de dood van deze man. De rede is: dat de helft van het geld dat het chalet waard is nooit naar zijn ex-vrouw is overgemaakt. Het koopcontract staat nog altijd op haar naam, zesentwintig jaar na dato. Na zijn dood eist zij de helft van de waarde van de chalet. De zesduizend euro die de weduwe wilde betalen werd niet geaccepteerd, daarom staan ze nu voor de rechter.

Het is een paar uur later. De partijen schuifelen langs elkaar de rechtszaal uit, oogcontact wordt vermeden.
De rechter heeft gesproken. De waarde van het chalet is getaxeerd op dertienduizend euro, dit moet door tweeën worden gedeeld.

Twee en een half jaar van een mensenleven heeft dit gekost, met stress, ergernissen, gevoelens van haat, verdrietige herinneringen, miskend voelen, niet gezien worden, leugens en nachten die met open ogen wachten op de ochtend. Het is allemaal voorbijgekomen en het is nu de tijd dat ze het achter zich kunnen laten.

Hoe mooi zou het zijn geweest als ze na afloop elkaar de hand hadden geschud en even een woord met elkaar hadden gewisseld.
`Het beste met je.`
Maar de wonden zijn nog te vers en de pijn ligt nog te veel aan de oppervlakte.
Ik snap het wel maar vind het ook jammer.