De jas

Ineens is hij er. De jas. Opgehangen over de afvalbak aan het Buiten-IJ voor de Akropolistoren. Ik heb niet gezien wie hem daar heeft neergehangen, het moet gebeurd zijn in de nacht van woensdag op donderdag. Hij is er vast opgehangen om gezien te worden, opzoek naar de oude of een nieuwe eigenaar.

De jas trok mijn aandacht, toen een man op een bakfiets stopte, zijn fiets op de standaard zette en de jas met één vinger van de afvalbak plukte. Een hond, een bruine labrador, stond al kwispelend in een bak voorop. De man hield de jas omhoog en draaide hem rond. Zijn houding straalde iets kritisch uit, hij bekeek en besnuffelde de jas om hem vervolgens met zorg weer terug te hangen. Hij fietste weg, de jas achterlatend. De hond blafte, één blaf.

Vijf minuten later trekt de jas opnieuw de aandacht. Dit keer is het een jongeman, strak in het pak met stropdas. Hij heeft een fiets met een gifgroene bak voorop. Hij fietst de jas voorbij, draait om, werpt één blik op de jas en rijdt weer weg.
Direct daarna komt een vrouw aanlopen met een Labradoodle. Ook haar ontgaat de jas niet en hij wordt opnieuw van zijn vertrouwde plek gehaald en bekeken. Zij doet er langer over om de jas te keuren, keert hem binnenstebuiten, voelt aan de stof en ook zij besnuffelt hem. Plotseling onderbreekt ze haar handelingen en gooit hem met een zwaai op de bank. Au.

Het is vrijdagmiddag. De jas heeft zich ondertussen verplaatst van de bank naar de stenen blokken die het fietspad afsluiten voor auto’s. Ik heb niet gezien hoe hij daar is gekomen maar hij zal ongetwijfeld door verschillende handen zijn gegaan. Ik ben ook nieuwsgierig geworden en neem een omweg en fiets langs de jas. Daar ligt hij, eindelijk zie ik hem van dichtbij, ik had vanuit mijn raam niet goed de kleur of het model kunnen zien, laat staan het merk. Het is een donkerbruine jas met een capuchon van het merk Spirit. Ik pak hem op en zie dat er een scheur in de schouders zit alsof er met geweld aan de jas is getrokken en daarna weg is gegooid samen met de herinnering aan het handgemeen. Ik hang de jas terug over de afvalbak.

Het is zaterdag aan het einde van de middag. Het is prachtig weer en een groep mensen uit de buurt hebben zich verschanst rond de picknicktafels. Even verderop staan twee rokende barbecues. Ik zoek de jas, hij hangt niet over de afvalbak, ligt ook niet op het stenen plateau of de bank. Ik speur de omgeving af en zie hoe een hoopje bruin zich aftekent tegen het groene gras. De volgende dag is de jas weer zoek en levert mijn speurwerk niets meer op.

Het is maandag, de dag dat de gemeenteauto langskomt om de vuilnisbakken te legen. Een man in een fluorescerende jas komt uit de auto en koppelt de afvalbak los met een sleutel en gooit de inhoud in de laadbak. Plotseling is hij er weer. De jas. Ik zie hoe de man de jas uit de bak vist en hem aantrekt .
De jas en de man passen bij elkaar.
Zijn collega stapt uit de auto en kijkt met een kritische blik naar de man die hem de jas showt door een rondje te draaien. Even lijkt het mis te gaan als hij naar de scheur wijst. De man haalt zijn schouders op en houdt de jas aan als hij terug in de auto stapt. De jas heeft eindelijk zijn eigenaar gevonden.
Maar als de auto aan het einde van het pad draait en opnieuw stopt voor de afvalbak, wordt deze gedachte onderuitgehaald.De collega van de man stapt uit met de jas over zijn arm en hangt hem over de afvalbak, terug op zijn vertrouwde plek.
Vijf dagen een jas volgen, het is genoeg geweest.
Ik stop ermee.

Het is een week later als ik in alle vroegte het perron oploop om tram zesentwintig te nemen naar het Centraal station. Het is zeker tien graden kouder. Ik zie hem van een afstand over de afvalbak op het perron hangen. Als ik even later in de tram zit en uit het raam kijk zie ik nog net op tijd, hoe een man, zonder jas, de bruine jas met capuchon van het merk Spirit aantrekt en wegloopt.
Ben ik op het laatste moment toch getuige geweest van een hereniging van de jas met zijn nieuwe eigenaar.