Overlast

In mijn vorige woning hoorde ik mijn buurman uitgebreid gapen in de ochtenduren, telefoneren en lopen als hij zijn schoenen aanhad. Regelmatig kwam er een echtpaar op bezoek. Altijd op het moment van een vredig thuis zijn, werd ik wakker geschud door hielen en hakken op het laminaat. Gebrom drong mijn kamer binnen met uithalen van luid gepraat en een hard gelach. Het leek alsof hun bezoek bij mij op de bank was neergestreken. Ik kon niet voorkomen dat de geluiden mijn humeur beïnvloedden en mijn tijd bepaalden, wachtend op het moment dat ze zouden vetrekken. Met deze leefgeluiden moest ik zien te leven, we woonden in slecht geïsoleerde woningen.

Maar iets anders viel wel op te lossen. Al een tijd ergerde ik me aan het kletteren van de metalen vuilnisbak op het balkon, vooral rond etenstijd was het spitsuur. Toen ik op een dag in alle vroegte gewekt werd door dit irritante geluid, werd het tijd iets te ondernemen.
Ik sprak mijn buurman erop aan.
’Wat dacht je van een geluidsvriendelijke vuilnisbak,’ grapte ik nadat ik vertelde van het geluid van de vuilnisbak in de vroege ochtend.
Hij keek me een beetje verdwaasd aan.
‘Ik wil hem wel kopen,’ ging ik verder.
‘Dat is niet nodig,’ zei hij.
Het was een week stil, daarna leek het alsof ons gesprek nooit had plaats gevonden.

Het frustrerende was dat het geluid van de vuilnisbak niet meer op zichzelf stond, maar samenviel met een gevoel van machteloosheid, een monster wat onder mijn huid kroop en vreemde dingen deed met mijn geest. Het was een ondraaglijk idee dat mijn buren niet bereid waren iets aan het probleem van de overlast te doen, terwijl de oplossing zo voor de hand lag. Elk keer als ik wakker schok, schoot ik in een kramp en wenste ik dat ik mijn mond had gehouden.

Waarom vertel ik dit verhaal? Mijn ervaring van toen is ver weggezakt maar het komt weer bovendrijven als een vriendin verteld dat ze last heeft van haar buren. Ze wordt regelmatig wakker van hard gebonk boven haar hoofd. Ook zij dacht dat de problemen waren opgelost na gesprekken, maar niets is minder waar, na een tijd begon het gebonk weer en bleef aanhouden.

Ik ben verhuisd, omdat ik naar een goed geïsoleerde woning wilde, in een rustige buurt. Het is me gelukt omdat er iemand boven me woont die haar woongenot even belangrijk vind als mijn woongenot. Op deze manier kun je vredelievend naast elkaar leven. Maar wat een pech, wat een verdomde pech, als je buren treft die ‘dit’ niet in zich hebben.

Sisi

Voor het appartement dat ik huur op Kreta ligt verspreid over de buitenruimte een tapijt van kunstgras, de regenbuien hebben het groen doen verbleken. Het tapijt loopt langs een muurtje en is rond een boom gedrapeerd, zijn wortels duwen de bedekking omhoog. In de tuin aan de andere kant van het muurtje woekert het onkruid er tierig op los, zijn de struiken uitgegroeid tot bossen en staan de potten met planten verspreid over de tuin en terras.

Rond negen uur in de ochtend komt de zon om de hoek kijken en zink ik neer in één van de plastic stoelen en lees. Voor tien uur is het stil, hoor ik enkel het getjilp van de vogels en heb ik de bergen,  gehuld in mist,  als uitzicht. Rond tien uur trekt de mist op en wordt Sisi wakker. De stilte wordt verbroken door, hameren, boren en het gehuil van een schuurmachine. Boven op een gebouw in wording, staan mannen en klinkt het drillen van een boor. De Griekse muziek schalt uit een transistor en is alleen te horen als de andere apparaten zwijgen.
Sisi maakt zich op voor het zomerseizoen.

Ik wen aan de geluiden en kijk op als er een ander geluid doorheen breekt. Het lijkt alsof ik midden in een Western terecht ben gekomen waar paarden over de prairie draven. Binnen enkele seconde komen schapen en geiten de tuin van de buren binnenrennen, geen plekje blijft onbezet. Ze doen zich te goed aan al het lekkers, sommige geiten pikken een terrasje mee en knabbelen aan de planten in de potten die voor het huis staan.

Rond het middaguur loop ik naar het bakkertje op de hoek en drink daar een koffie latte en luister naar radio één. Daarna wandel ik langs de zee, die met geweld tegen de rotsen slaat, ik ben de enige bezoeker. Als ik op de terugweg door de lege straten loop, stil en mysterieus, moet ik opnieuw denken aan een Western. Soms bezoek ik een restaurant en eet ik een Griekse salade. Het restaurant is enkel bezet door mannen met snorren die samen rond de tafel het spel Backgammon spelen en raki drinken.

Het appartement en ik kunnen het niet vinden met elkaar. De ruimte voelt beklemmend. Ik ben een ongenode gast, een ongewenste bezoeker. Het is een gevoel waar ik me niet overheen kan zetten.
Elke dag word ik geconfronteerd met het onvermogen tot schrijven. Starend naar de eerste voorzichtige woorden die op het beeldscherm verschijnen, wachtend op iets van betekenis. Ik ben hoopvol opzoek naar de stem in mijn hoofd die mij de woorden influistert. Die prachtige zin die naar boven komt borrelen of dat ene woord wat perfect tussen de andere past.
Het is er niet.

Het raakt een ‘gemis’ in mij, dus komt al het andere ‘gemis’ naar boven. Ik mis mijn vriendinnen, mijn katten, te kunnen zeggen in ‘mijn taal’ dat het even niet gaat. Ik mis…mijn huis, die me als gegoten zit, waar ik mee kan lezen en schrijven.
Het alleen-zijn kruipt onder mijn huid, het jeukt.
Help…ik wil naar huis.

Op negentien februari is het ‘schone maandag’, een Grieks Orthodox Christelijk feest. Ik krijg een uitnodiging van een Nederlandse vrouw om dit samen met haar en haar vriendinnen te vieren. Zij woont een dorp verderop en is mijn contactpersoon, mocht er iets zijn met het appartement. Bij de haven zijn lange tafels opgesteld waaraan mensen zitten te eten en drinken, muziek schalt uit de boxen. Ik eet de heerlijkste Griekse gerechten, drink wijn en praat mijn eigen taal. Bruisend van energie loop ik terug naar het appartement.

Zodra ik terug ben begin ik met opruimen, er liggen ‘te veel’ ongebruikte spullen in een ‘te kleine’ ruimte. Ik zet alle spullen die ik niet gebruik in of op kasten, zet lampen, stoelen, keukengerei op een plek die voor mij goed voelt. De ruimte die eerst zo zwaar op me drukte lijkt lucht te krijgen.
Ik open mijn laptop en schrijf tot het buiten donker wordt en ik de lamp aansteek die op precies de goede plek staat.