Zielenpijn

Het is een grijze dag, de regen komt met bakken uit de hemel. Fietspaden zijn een tapijt van bladeren en de bomen hebben hun groene kleur verloren, takken zijn kaal gewaaid. De herfst doet zijn naam eer aan.

Elke donderdagmiddag volg ik colleges filosofie in de Thomaskerk in het zuidelijk deel van de stad. Ik bereid me voor op een tocht door de regen, regenjas met broek, het is een klein uurtje fietsen. Deze middag gaat het over verdriet en depressie. Het onderwerp heeft zich aan het weer aangepast, of andersom, het is maar van welke kant je het bekijkt.

Voorafgaand aan de les denk ik na over dit onderwerp. Ik ben een gezegend mens, ik heb weinig last van depressieve gevoelens. Verdriet ken ik wel, alleen het uiten daarvan heb ik nooit geleerd. Vroeger was het een ‘stil verdriet’, ingetogen gesnotter achter de mouw van mijn pyjama bij het voorlezen van een verdrietig boek.

Ik heb er vijftig jaar over gedaan voordat ik ongegeneerd en zonder schaamte mijn verdriet kon uiten. Ik ben het gaan waarderen, het geeft lucht, bevrijd en verbindt. De keren dat ik mijn tranen toonde aan een ander draag ik als een mooie herinnering met me mee. Tranen die over mijn wangen heen stoomden en een troostende hand die ze opving.

Ik fiets door de stad en denk aan mijn zoon die me op een vroege zaterdagochtend huilend opbelde. Een vriendin had die nacht een ongeluk gehad en lag in kritieke toestand op het IC van het AMC ziekenhuis. Jaren had ik geen tranen van hem gezien. Toen hij me weer belde waren het tranen van opluchting, ze heeft het gered.
Mijn gedachten gaan uit naar de laatste keer dat ik mijn tranen aan hem liet zien. Het was geen vluchtige ontroering die ik weg kon slikken maar een stroom aan emoties die nog uren nasudderden.
Het was afgelopen winter. We waren met vakantie op Kreta in Griekenland, het was de ochtend van zijn vertrek. We hadden de avond daarvoor ruzie gehad. Zijn woorden hadden me diep geraakt. Die ochtend bij het afscheid huilde ik.

Als ik aankom bij de Thomaskerk in Zuid regent het nog steeds. Vanaf mijn capuchon mengen de regendruppels zich met mijn tranen en glijden ze langs mijn wang naar beneden. De herinnering aan die ochtend laten mijn tranen weer stromen.
Ik ben klaar voor het college over verdriet.