Muziek

Het is veertig jaar geleden dat ik mijn eerste stappen zette op het pad van musiceren, ik kocht op afbetaling, een King alt saxofoon bij Muller in de Raadhuisstraat. De klanken van een saxofoon kon je lieflijk laten klinken maar ook rauw en stoer, dat beviel me. Geen idee dat er achter dit instrument een hele wereld van de geïmproviseerde muziek schuil ging. Eén jaar later, met de zenuwen in mijn lijf, stapte ik met mijn muziekkoffertje het Bimhuis binnen. Herman de Wit gaf daar elke maandagavond een open workshop, de Oktopedians. Voor het eerst speelde ik met andere muzikanten samen en begaf ik mij op het pad van de geïmproviseerde muziek. Mijn eerste solo bestond uit twee noten, piepend haalde ik de eindstreep. Herman zonk neer op zijn knieën en er werd door de andere muzikanten geapplaudisseerd.

Ik ben regelmatig gestopt met muziek maken. Hoe beter ik ging spelen, hoe kwetsbaarder ik werd voor de kritiek van anderen, hoe veeleisender naar mezelf. Het ging allang niet meer om het plezier maken in de muziek. Ik verlangde terug naar de momenten van het pretentieloos muziek maken, zoals bij Herman de Wit. Je hoefde niet goed te kunnen spelen, alle niveaus waren welkom. Het ging om de ervaring van het muziek maken zelf, niet om noten te kunnen lezen of snel kunnen spelen.

Vijf jaar geleden besloot ik definitief te stoppen met musiceren. Ik verhuisde, mijn saxen verhuisden mee. De muziekstandaard, met daarop het muziekstuk wat ik tijdens mijn laatste optreden speelde, stond in mijn slaapkamer en herinnerde mij aan een tijd die ik had afgesloten.

Maar niets is zo wispelturig als de relatie tussen mij en mijn saxofoon. Mijn verlangen wakkerde weer aan, ik wilde muzieknoten weer om zetten in muziek, mistte de lieflijke melodie, de donkere klank van de onderste tonen. Het beoefenen van toonladders in allerlei vormen en maten, het is een ontspanning, als een meditatie. Ik wil weer spelen, pakte mijn tenorsaxofoon uit de koffer. Het was een warm weerzien.

Vraag mij naar een ‘opnieuw beginnen’, het zullen er vele zijn in mijn leven als muzikant, niets was zo wispelturig. Ik speelde in zeven verschillende orkesten, van Big band tot Harmonie, van wereldmuziek tot en met het open Combo in de Engelenbak, op drie verschillende saxen, alt, tenor en bariton. Een muziekleven vol up en downs, momenten van euforie en diepe schaamte, arrogantie en bescheidenheid, overschatting en onzekerheid. Al deze gevoelens waren van onschatbare waarde. Dat is wat muziek met me doet, daarom kan ik het niet loslaten en omarm ik het telkens weer, alleen nu met minder pretenties.
Dat houdt langer stand.