Huizenruil

`Literair servicebureau u spreekt met Alberdina, wat kan ik voor u doen,`hoor ik haar zeggen.
‘Praten is anders dan mailen,’ leg ik haar uit, als ze me vraagt waarom ik bel.
`Dus?`
`Kunnen we een afspraak maken dat je bij mij…`
‘…kom eerst maar bij mij,’ onderbreekt ze me.
`Dat is goed, komt het morgen uit?`
`Morgen!!’,  schreeuwt ze in de hoorn ‘Je zet me wel voor het blok.`
`Het kan ook een andere dag,`zeg ik.
Ik hoor haar zuchten.
‘Jij wil toch ook een afspraak anders…’
`…oké morgen is goed, hoe laat?`onderbreekt ze me
`Eén uur?`
`Kan het wat ruimer?`
`Tussen één en twee uur.`
`Twee uur.`
`Dat is goed.`
`Je moet om de kerk de Dorpsstraat in lopen, ik woon tegenover de Aldi.’

Om twee uur bel ik aan bij de woning van Alberdina, de luidspreker kraakt, de zoemer gaat over en ik kan naar binnen. Bovengekomen staat de deur op een kier, ik loop naar binnen.
`Daar ben je,`zegt ze.
Alberdina zit in een leren stoel in de hoek van de kamer, op haar schoot zit een hondje. Haar lange rok reikt tot de vloer, haar haren komen wat rommelig samen in een staart, de pony lijkt vastgeplakt op haar voorhoofd. De gordijnen houden het zonlicht tegen, de rails hangt aan het uiteinde in de lucht te bungelen.
`Ga zitten.`
Ze wijst naar een rieten stoel.
Nadat ik plaats heb genomen zeg ik:
`Hoe lang woon je hier?`
`Twee jaar.`
`Waarom ga je hier weg?`
‘Is dit een verhoor of zo?’
Ik weet even niet wat ik moet zeggen.
Het blijft een tijd stil.
‘Dat ligt nogal gevoelig,’ zegt ze.
‘Ik wil het wel graag weten,’ zeg ik.
`Ik heb ruzie met de buren.`
‘Ruzie?’
‘Ja, je weet toch wel wat ruzie is?’
‘Ja maar…
‘…wil je het huis niet zien?`
‘ Jawel.`
‘Ga maar kijken, in de hal is een trap naar boven. ’
Ze maakt een gebaar richting de keuken.
Ik loop naar de achterkant van de woning door de keuken, het
halletje de kale trap op naar boven. Het is een grote slaapkamer met een schuin dak.
Het bevalt me.

`Wil je koffie?`vraagt ze als ik weer beneden ben.
‘Nee, ik moet weg.’
‘Bevalt de woning je niet.’
‘Het is een leuke woning,’ zeg ik.
Het blijft even stil.
Ik wil meer weten over de buurt en de buren en zoek naar woorden.
Alsof ze mijn gedachten kan raden zegt Alberdina:
‘Ik pas hier niet, ze vinden me vreemd.
‘Ieder mens heeft recht om te zijn wie hij is, toch?’
‘In een dorp ligt dit anders, Amsterdam is een tolerante stad.’
‘Wil je ruilen?’
‘Nee,’ zeg ik.
Het blijft even stil voor ik verder ga.
‘Misschien pas een dorp ook niet bij mij.’
‘Ja,’ zegt Alberdina. In haar woorden klinkt teleurstelling door.
‘Dank je wel,’ zeg ik en steek mijn hand uit.
‘Waarvoor?’ vraagt ze.
‘Door jou ben ik tot dit besluit gekomen.’
‘Je komt er wel uit hé,’ zegt ze, zink neer in de leren stoel, het hondje springt op haar schoot.

Lopend naar de bushalte valt er een last van mijn schouder. Ik weet het nu zeker, in Amsterdam zal mijn toekomstige woning liggen, nergens anders.

2 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *