Castel de Vide

Castel de Vide is een middeleeuws vestingstadje in Portugal, dichtbij
de grens met Spanje. Als je het stadje lopend bezoekt, zie je vanuit de verte de witte huisjes met de rode daken, alsof ze in de bergen getekend zijn. Op de top van de berg ligt een kasteel, uit de veertiende eeuw, bovenop reikt een gele vlag. De meeste huizen zijn ingelijst met randen van okergeel. Als  voetganger betreed je het stadje via een bruggetje, de straten zijn bedekt met stukken uitgehakt natuursteen, kinderkopjes.

Ik moet denken aan mijn stad, als ik de eerste keer over de kopjes loop. Tussen de Nieuwezijds Voorburgwal en de Damstraat in Amsterdam is de rijweg bestraat met kinderhoofdjes. Elke keer als ik er overheen rijd vraag ik me af waarom ze de rijbaan zo moesten betegelen, het lijkt op een kermisattractie als ik er over fiets en als ik een te zachte band heb ben ik blij als ik de eindstreep haal.

Hier maken de uitgehakte steentjes het klimmen en dalen gemakkelijker. Om in het stadje te komen moet je een behoorlijke klim maken, om precies te zijn vijfennegentig traptreden om bij de hal uit te komen, waarin op vrijdag markt wordt gehouden. Nog even klimmen en een paar straatjes verder kom je uit op het ruime plein. Daar is een kerk met een statige trap, een café met een luifel en het terras met ijzeren stoelen met daarvoor een fontein. Over het plein verspreidt staan stenen bankjes zonder leuning. In de straatjes parallel aan het plein zijn winkeltjes en cafeetjes.
Ik ga op een bank zitten tegenover het standbeeld van Koning Pedro V.  Het steen voelt koud aan mijn billen.

Weer duikt Amsterdam op in mijn gedachten. Ik kom er niet onderuit dat ik mijn stad af en toe mis. Ik mis de trappende beweging van het fietsen, de Amsterdamse brug die ik altijd over moet om in de stad te komen, het weidse uitzicht over het Amsterdam- Rijnkanaal.
Als ik plaats neem op de bank van steen en ik kan niet achterover leunen, verlang ik naar de houten bankjes in Amsterdam.  Mijn stad heeft overal banken, groene banken met een leuning.  Ze staan langs grachten, in parken, pleinen en rond de fonteinen. Je kunt overal wel neerstrijken en als de zon schijnt wordt daar ook rijkelijk gebruik van gemaakt. Hier zit niemand op de bankjes van steen.

Even later zit ik op het terras met een prachtig uitzicht op de bergen. Plotseling duikt de uitspraak op die ik regelmatig hoor van de overwinteraars op de camping.
`Daar doen we het allemaal voor.`
Het is me wel duidelijk dat het te maken heeft met de zon die elke dag schijnt maar `wat` ze dan er `allemaal` voor ‘gedaan’ hebben was me niet duidelijk.

Nu ik hier zit, vind ik deze uitspraak van toepassing.  Ik heb vijf kwartier gelopen, een rondje om de berg, soms behoorlijk omhoog klimmend, om aan de andere kant van de berg uit te komen. Dit is mijn beloning,  het uitzicht op de bergen, de zon, een lekker bakkie en een tosti, daar heb ik het allemaal voor gedaan.

3 reacties

  • Marian Schenk

    Castel de Vide is voor mij het leukste stadje van Portugal. Ik denk er met heimwee aan terug ook al zitten we nu op een prachtige camping in een mooi gebied.
    Ik wens jou in deze laatste weken in Portugal nog veel gezellige en verdiende kopjes koffie in Castel de Vide.

  • Lilian

    Vijf kwartier lopen en klimmen voor een kopje koffie op een terras. Dat is nog eens wat anders dan tien minuten fietsen. Maar in beide gevallen is het je gegund.

  • eveline baan

    Dank je Hanna, Door jou ben ik er ook een beetje en geniet met je mee.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *