Op een warme zomeravond geniet ik het meest van mijn balkon. Zittend in mijn campingstoeltje kijk ik uit over de brug met in de verte de Oranjesluizen, met een enkele fietser of auto die voorbij rijdt. In het speciale gat in de leuning hangt een glas wijn. Op mij koptelefoon klinkt de stem van Wende. De muziek, haar meeslepende stemgeluid, haar prachtige verhalen nemen me mee door verschillende lagen van mijn emoties, melancholie, verlangen naar een tijd die voorbij is en nooit meer terugkomt.
Voor wie weet dat het hart op
Veel manieren breekt
Weet dat het weer gemaakt kan worden
(tekst: Lucas Rijneveld)
Plotseling kraakt en kreunt het, voor ik het geluid thuis kan brengen heeft het mij al ingehaald, ik zak in slow motion door de zitting van de stoel en maak een zachte landing met mijn kont op de grond. Ondertussen klinkt de stem van Wende in mijn oor:
Het is gebeurd, het is gedaan, geen weg terug
Laten we gaan, laten we lopen, tot we vallen
We moeten vallen, telkens vallen
Om weer op te staan.
(tekst: Wende Snijders)
Opstaan, het gaat niet, ik zit klem tussen de leuningen. Ik hoor mezelf giechelen, wat een belachelijk gezicht moet dit zijn.
We moeten vallen om weer op te staan.
Ik kan het.
Het campingstoeltje heeft zijn naam nooit waargemaakt, heeft nooit een camping gezien. Wel is er dankbaar gebruik van hem gemaakt in de huizen die opgeknapt moesten worden en waar stoelen nog ontbraken. Het heeft vier opknaphuizen overleefd en is geëindigd op een balkon aan de Schellingwouderbrug.
Het stoeltje heeft er veel dienstjaren opzitten en het recht om er mee op te houden, maar niet nu, niet als er niemand is die mij kan helpen uit deze netelige situatie. Ik mis de kracht in mijn armen om mezelf op te hijsen. Wat nu? Na een paar minuten kantel ik de stoel en kom met een klap op de zijkant van mijn lichaam terecht waardoor ik nog meer klem kom te zitten maar wel meer kracht kan zetten. Ik wurm me centimeter voor centimeter tussen de leuningen uit en het duurt even voordat ik mezelf bevrijd heb. Opgelucht blijft ik even liggen tot mijn ademhaling zijn normale tempo weer aanneemt. Boven mij het donker van de hemel, sommige ramen zijn nog verlicht, ik hoor het geluid van een auto die voorbij rijdt.
Wende zingt:
Jij idiote dood
Jij doodgewoon dom palindroom
jij stukje heerser van het niks
Jij clown der duisternis
(tekst: Dimitri Verhulst)
Dood. Een doodgewoon woord, een palindroom(keer je het om blijft het hetzelfde woord).
De dood. Ik weet dat het leven achter mij langer is dan het leven wat voor mij ligt. Het is jammer dat ik gedurende de jaren wijzer en rustiger word maar dat mijn lichaam aan kracht verliest. Liggend op de vloer van mijn balkon starend naar de donkerte boven mij ben ik blij dat ik mezelf heb kunnen bevrijden uit deze klem. Ik heb het nog steeds in me, het kleine meisje dat het zelf wil doen.